Genomen met HamonPhoenix 200 – Nikon F5 -analoog-
Aan de rand van Zutphen, in de wijk De Hoven, staat wat ooit een levendige herberg was. Of beter gezegd: wat er nog van over is. Het Kanon, een rijksmonument uit de 17e eeuw, staat er sinds de brand van april 2020 als een uitgebrand karkas bij. Alleen de buitenmuren herinneren nog aan de tijd dat hier verhalen klonken, glazen getikt werden en reizigers de nacht doorbrachten.
Toch is er iets met deze plek — iets hardnekkigs, iets dat weigert te verdwijnen. Misschien is het het silhouet van het pand, nog steeds herkenbaar. Misschien zijn het de roetplekken die als littekens over de gevels lopen. Misschien is het de naam zelf: Het Kanon — krachtig, trefzeker, alsof het iets wil terugroepen wat verloren is gegaan.
Architect Marc van Broekhuijsen, zelf opgegroeid in De Hoven, zag dat ook. Hij kocht de ruïne niet als een beleggingsobject, maar als een belofte. Zijn plan: Het Kanon opnieuw opbouwen, steen voor steen, balk voor balk. Geen gladgetrokken herontwikkeling, maar een herberg zoals ze ooit was — met de geest van toen en de duurzaamheid van nu.
Dat blijkt makkelijker gezegd dan gedaan. Bureaucratie, vergunningen, discussies over het aantal kamers en de parkeerdruk: het herstel stokte lang. Maar mede dankzij buurtsteun en een recente subsidie van de Provincie Gelderland lijkt er eindelijk beweging te komen. Als alles meezit, wordt nog dit jaar begonnen met de herbouw. Het wordt een plek met een vegetatiedak, isolerend glas, hergebruikte eikenhouten balken uit de 18e eeuw — en hopelijk ook met een open haard, een toog en gesprekken die zich in de avonduren vanzelf vormen.
Voor mij — als fotomaker, als waarnemer — is Het Kanon meer dan een bouwval of een herontwikkelingsproject. Het is een herinnering aan hoe een gebouw kan blijven spreken, zelfs als het verwoest is. Hoe een ruïne ook een beginpunt kan zijn. En hoe een plek zich vastzet in het geheugen van een buurt, een stad, misschien wel een leven.







